door Jhr. T. von BÖNNINGHAUSEN

Inleiding

In het begin van het jaar 2000 zijn er in Nederland 294 geslachten die tot de Nederlandse adel behoren. Dit blijkt uit een telling die gemaakt is aan de hand van het Nederland’s Adelsboek (jaargang 75-88) en De Nederlandse adel, besluiten en wapenbeschrijvingen (1989). Daarnaast is getracht zoveel mogelijk aanvullende gegevens te verzamelen1)Het is niet helemaal uit te sluiten dat een familie die zeer recent is uitgestorven hier toch is meegerekend. Maar het is ook mogelijk dat een telg van een Nederlandse adellijke familie die verder volledig in het buitenland is gevestigd onlangs weer in Nederland is komen wonen. Nadere aanvullingen en opmerkingen voor deze bijdrage zijn onder meer afkomstig van Mr. O. Schutte, secretaris van de Hoge Raad van Adel, waarvoor speciale dank..

De Nederlandse adel in zijn totaliteit telt meer geslachten. Dit komt doordat adellijke families die bijvoorbeeld in het buitenland voorkomen toch tot de adel van het Koninkrijk gerekend worden, zelfs indien zij een andere nationaliteit hebben verworven2)Bijvoorbeeld (alleen bij de hoofdnaam genoemd): D’Ablaing, Van Bylandt, Von Daehne, Le Grelle, Hettema, Iddekinge, Van Keppel, May, Melville, Malert, De Norman, Van Oberndorf, Prins en Van Raders. De Heeckeren d ’Anthès woonde niet eens in Nederland. Martini is daarentegen nog op Nederland gericht.. Van zeker zestig geslachten die wel in Nederland vertegenwoordigd zijn, woont een substantieel deel blijvend in het buitenland. Naar schatting beloopt het aantal buitenlandse leden dat tot de Nederlandse adel behoort tegen de duizend personen; dat is goed 10 percent van het totaal3)Gedeeltelijk in het buitenland zijn onder meer (op hoofdnaam): Barnaart, De Beaufart, Van den Berch, Berg, Bowier, Van Brakell, Van Breugel, Van Otters, Dibbets, Van Eck, Van Eysinga, Falck, Van Geusau, Gevers, Goldman, Van Heeckeren, Van Heemstra, Van Heerdt, Van Hövell, De Jonge, Just, De Koek, Van Kretschmar, Van Lamsweerde, De Lannoy, Van Lawick, Van Lennep, Van Lidth, Van Limburg, Loudan, Mackay, Van der Maesen, De Marchant, De Mey, Van Miihlen, Nahuys, Van Nispen, Van Panhuys, Van Pelser, Van de Poll, Pampe, Quarles, Van Ranzow, Van Reede, Schorer, De van der Schueren, Van Schaylenburch, De Smet/1, Steengracht, De Stuers, Van Sytzama, Taets, Testa, Trip, Tulleken, Versluys, De Villeneuve, Van Vredenbilrch, Van Wassenaer, Van Weiler, Wittert en D’Yvoy. ln België onder meer: Van Aeflerden, Van Aerssen, Van Rijckevorsel, Smits, Van Voorst en Wuyliers..

Adellijke rangen

Van de Nederlandse adel wordt de grootste groep gevormd door families die geen titel hebben. Zij voeren alleen het predikaat jonkheer (jonkvrouw). Van een aantal families met een predikaat heeft steeds één afstammeling door het recht van eerstgeboorte wel een titel. Meestal gaat het hier om de ‘chef de famille’ die op deze manier een soort persoonlijke titel voert. Van Rijckevorsel van Kessel / Van Rijckevorsel heeft twee afstammelingen die dit recht hebben; Röell eveneens twee.

Er zijn zevenentwintig baronnen bij recht van eerstgeboorte, waarbij de rest van het gezin, voor zover aanwezig, een predikaat voert. Daarvan zijn er vijf geëmigreerd. Ridder bij eerstgeboorte is Van der Does de Bye (en geëmigreerd: De Stuers). Er is één familie met een predikaat, waarbij de oudste door het recht van primogenituur graaf is: Van den Bosch.

Enkele families hebben takken met ofwel een titel ofwel een predikaat, namelijk ridder-jonkheer: (Van) Rappard; baron—jonkheer: Van Coeverden en Quarles; graaf—jonkheer: Schimmelpenninck. Dit laatste geslacht is formeel een ander dan baron Schimmelpenninck van der Oije.

Maar weinig geslachten dragen de titel van ridder: Bosch van Rosenthal, Von Devivere, De van der Schueren. Bij Huyssen van Kattendijke is het oudste lid baron bij eerstgeboorte, de overigen zijn ridder. (Van) Rappard is hiervoor al genoemd.

Met uitsluitend de titel van baron zijn er negenenvijftig geslachten in ons land. Van Coeverden, eerder vermeld, heeft takken met deze titel en bij Quarles is de tak Quarles de Quarles baron. Van Hogendorp en Van Zuylen van Nijevelt zijn minimaal baron, maar door recht van primogenituur komt er ook de titel graaf voor. Bij Van Lynden is dat eveneens het geval. Dit geslacht heeft echter nog een andere tak met de titel graaf. Zowel de titel van graaf als van baron (op allen) komt ook voor bij de families Bentinck en Van Randwijck.

Grafelijke geslachten zijn: Van Limburg Stirum, Van Rechteren Limpurg, Zu Stolberg—Stolberg (drie vroegere dynastieke families) en Festetics de Tolna, De Hochepied, De Marchant et d ’Ansembourg, Von Ranzow, Wollf Metternich. Laatstgenoemde en De Hochepied staan op uitsterven4)Om te voorkomen dat Wollf Metternich als adellijke familie in Nederland zou verdwijnen, koos een afstammeling voor de naam van zijn moeder Wollf Metternich. Dit is thans officieel zijn achternaam. Daarmee is hem van overheidswege nog niet vergund de erfelijke titel van graaf te voeren. Betrokkene is daarom een procedure tegen de Staat begonnen die thans nog loopt.. De grafelijke takken bij Bentinck en Van Lynden zijn (Van) Aldenburg Bentinck — deze voormmige dynastieke tak zal niet worden voortgezet — en Van Lynden van Sandenburg. Bij Van Randwijck is de jongste tak de grafelijke tak, bij Schimmelpenninck de oudste. Zoals eerder bleek zijn er bovendien vier graven door primogenituur.

De titel of waardigheid van prins komt bij de twee vorstelijke families Van Oranje-Nassau en De Bourbon de Parme voor.

De naam van Z.K.H. prins Bernhard ontbreekt in dit overzicht. Hij is als prins Van Lippe-Biesterfeld genaturaliseerd en hem is toen geen extra Nederlandse adeldom gegeven. In een later Koninklijk Besluit werd hem de titel prins der Nederlanden toegekend (nu op basis van de wetsbepaling “de koning verleent adeldom”)5)Art. 65 Gw., later art. 74. Thans wordt verlening van adeldom geregeld in de Wet op de adeldom (Staatsblad 1994, 360). Als zaak van het Koninklijk Huis werd het
overbodig gevonden om voor de prins een adelsdiploma op te maken [Noot van de RED; Door het ontbreken van deze formaliteit stelde men vroeger wel dat er geen adeldom was verleend. De naam Van Lippe-Bíesterfeld van Vollenhoven voor mogelijke kleinkinderen Van H.H. prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven is overigens niet adellijk. Zie Staatsblad 1998, 310; 1997, 161, art. 5, lid 11; verg. Staatsblad 1997, 463, art. 3. Hier dient aangetekend te worden dat de vaststelling van de naam Van Lippe-Biesierfeld van Vollenhoven contrair is aan de bepaling uit de Wet op de adeldom dat een adellijke naam niet meer gewijzigd mag worden; Van Lippe-Biesterfeld is een adellijke naam. Het in noot 8 genoemde geval Van Nispen tot Sevenaer genaamd Raíjs de Beerenbrouck is een laat geval van naamswijziging op basis van overgangsrecht.]
.

Prins Hendrik was eerder op dezelfde manier prins der Nederlanden, hertog Van Mecklenburg, geworden.6)Tot 1918 was Mecklenburg-Schwerin een soeverein groothertogdom (en Lippe een soeverein vorstendom). Zeker in die tijd schreef men titels met een hoofdletter, pas
de laatste tij d is dit veranderd. Tot 1918 was ‘Hertog van Mecklenburg’ zowel naam als titel.
 Bij Z.K.H. prins Claus is het vaststellen van zijn titulatuur gedeeltelijk anders gegaan. Hij wordt naar hedendaagse opvatting als prins der Nederlanden, jonkheer Van Amsberg, wel tot de Nederlandse adel gerekend7)Voor een juist begrip is het goed te weten wat de Wet op de adeldom in art. 2, lid 1_ thans zegt: verheffing in de adel bij K.B. kan uitsluitend plaatsvinden ten aanzien van leden van het Koninkliijuis. Daarbij is vooral te denken aan de verheiîing tot prins(es) der Nederlanden, prins(es) van Oranje-Nassau, voor de kroonprins Prins van Oranje etc. In de Memorie van toelichting op deze wet (1989-1990, 21485, nr. 3, p. 2) is te lezen: “sedert 1945 zijn er geen gevallen van verheffing voorgekomen, behalve ten aanzien van leden van het Koninklijk Huis”. De minister ging eraan voorbij dat er bij deze ‘verheffingen’ geen extra adelsdiploma‘s als bewijs waren opgemaakt (maar de betreffende K.B.‘s sluiten misverstanden uit). De verheffingen waar de minister op doelde zijn wel die met een persoonlijke titel voor de kinderen van prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven en die van prins Clans als prins der Nederlanden. Zie ook hieronder voor de inlijving van laatstgenoemde als jonkheer Van Amsberg. Als prins-gemaal wordt prins Claus overigens tot het huis Oranje-Nassau gerekend. Zie Staatsblad 1901, nr. 38, 61; 1908, nr. 425; 1936, nr. 2 (p. 589); 1937, nr. 1,2, 5 (p. 481); 1965, nr. 525, 526; 1966, nr. 70, 314; 1967, nr. 1. Zie voor de Wet op het lidmaatschap van het Koninklijk Huis: Staatsblad 1985, 578. Enkele toelichtende opmerkingen vindt met in: De Ned. Leeuw 84 (1967), kol. 28; 97 (1980), kol. 99—103. Voor een genealogie van de koninklijke familie bijvoorbeeld: Nederland’s Adelsboek 88 (1999), p. LVIII..

Voor zijn kinderen, aan wie de aanduidingen en naam eenvoudig zijn doorgegeven, is dat eveneens het geval. Zij kregen bij K.B. de namen, titels en het predikaat: prins der Nederlanden, prins Van Oranje-Nassau, jonkheer Van Amsberg.

De vier broers Z.H. prins van Oranje—Nassau, Van Vollenhoven, hebben alleen Van Vollenhoven als naam. Niet de enkele kwalificatie prins, maar prins van Oranje-Nassau in zijn geheel is hier een persoonlijke titel. Gewoonlijk staan dergelijke titels achter de naam, bijvoorbeeld Arthur Wellesley, hertog van Wellington, prins van Waterloo. De titel prins der Nederlanden vormt daarop juist weer een uitzondering. Bij dit soort titels is in casu prins niet aan de geslachtsnaam verbonden, maar aan een territorium.

Het is niet gemakkelijk om een indruk van de samenstelling van de Nederlandse adel te geven anders dan aan de hand van de verschillende rangen. In een kort bestek is dat ook niet te doen. De meeste geslachten zijn aan elkaar verwant. Daarom zegt het niet veel wie er bijvoorbeeld wel tot de oude adel behoort en wie niet. Veel families met de titel van graaf of baron horen voor 1400 reeds tot de adel, maar zeker niet allemaal. En van de families met een predikaat zijn er, anders dan nogal eens wordt beweerd, meerdere oud-adellijk. Uit Van Heeckeren – ook thans nog een omvangrijk geslacht bestaande uit Van Heeckeren sec en veel nader aangeduide takken – stammen de geslachten Van Rechteren Limpurg, Van Voorst tot Voorst en Van Dorth tot Medler. Ook de geslachten Steengracht en De Jonge – te onderscheiden in De Jonge tout court, De Jonge van Campens Nieuwland, De Jonge van Ellemeet en De Jonge van Zwijnsbergen – hebben een zelfde stamvader.

Over geadelde regentenfamilies is op te merken, dat sommige reeds in de eerste helft van de 15de eeuw leden voor een magistraat leverden, zoals Van Ingen, Bicker, Hoeufft en Snoeck. Maar edellieden kunnen eveneens zitting hebben gehad in een stadsbestuur. Als zij zich echter op het pad van de handel begaven of een ambacht gingen uitoefenen, verloren zij hun adeldom. Bij De Beyer, Pauw van Wieldrecht en ook wel bij Van de Poll was de herinnering aan de oude adel mogelijk verdwenen. Zij zijn later verheven. Adelsdiploma’s kunnen in een enkel geval zeer oud zijn. De vroegste betreft een rangverhoging tot Freiherr (baron) in 1429 voor een voorouder van de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg. Deze familie was toen reeds lang van adel. In 1492 is vervolgens Reuchlin verheven. (Voorbeelden van Nederlanders die in het buitenland zijn verheven zijn Strick van Linschoten, 1634 Frankrijk, en Van Slingelandt, Freiherr, 1702 H.R. Duitse Rijk. In 1645 is Boreel in Engeland tot baronet verheven. De titel is erfelijk maar men blijft ‘commoner’).

Uitsterven

Het afgelopen decennium zijn door uitsterven de volgende geslachten verdwenen: Van Hugenpoth tot Aerdt en Van Merlen 1990; Dommer van Poldersveldt 1991; Cornets de Groot 1995; Von Bülow en Van Naerssen 1997; Lochmann van Königsfeldt en Ruijs de Beerenbrouck 19998)Door naamswijziging blijft de naam Ruijs de Beerenbrouck in een samenstelling behouden voor Jhr. Mr. C.C.C.M. van Nispen tot Sevenaer genaamd Ruijs de Beerenbrouck. K.B. 30 november 1999, nr. 99.005649. Verg. Staatsblad 1997, 463, art. 8. Zie ook noot 5.. Waarschijnlijk zijn verder ook nog uitgestorven Van Teylingen – de laatste stamhouder is in 1902 geboren – en Von Steiger – op het laatst vertegenwoordigd door twee zusters, beide gehuwd, die in 1902, respectievelijk 1903 zijn geboren9)Voor geslachten die in de periode 1900 tot 1989 zijn uitgestorven gaat men het best te rade bij: Nederlandse adel, besluiten (1989), p. 281—294..

In Nederland zullen zonder veranderingen in het adelsbeleid de komende tijd negenentwintig geslachten niet worden voortgezet, omdat zij bijvoorbeeld alleen nog in vrouwelijke lijn bestaan (onlangs is een initiatiefwetsvoorstel ingediend om het overgaan van adeldom ook via de vrouwelijke lijn mogelijk te maken). In het buitenland zullen Mazel, Von Pestel, Le Pour Trench, Speelman, Tjarda van Starkenborgh Stachouwer en Van Wolframsdorff verdwijnen.

Natuurlijk zijn er ook takken van geslachten die op het punt van uitsterven staan. Enkele hebben ter onderscheiding van andere een toenaam, wat vroeger werkelijk een functie had. Maar een dubbele naam kan ook zijn verkregen doordat bijvoorbeeld een oude naam die verloren dreigde te gaan vóór de geslachtsnaam is geplaatst. Met (Van) Aldenburg Bentinck, hiervoor al genoemd, zullen onder meer verdwijnen: Godin de Beaufort, Van Breugel Douglas, Van Humalda van Eysinga, De Geer van Jutphaas, Van Lintelo de Geer, De Craen van Haeften, Van Haersolte van den Doorn, Van Hardenbroek van de Kleine Lindt, Coertzen de Kock, Van Voërst van Lynden, Gerlacius van Swinderen, Taets van Amerongen van Renswoude, Taets van Amerongen tot Woudenberg, De Vos Steenwijk genaamd van Essen.10)Burmania van Humalda van Eysinga heeft nog stamhouders. Om praktische redenen noemen leden van de familie zich wel eens Van Humalda van Eysinga; voor Burmania wordt dan slechts B. geschreven. Bij geautomatiseerd verwerkte gegevens valt anders namelijk de stamnaam Van Eysinga vaak weg, omdat de naam in zijn geheel te lang is.

20ste-eeuwse opnames in de Nederlandse adel11)Inclusief het jaar 1900. Indien niet anders is vermeld of is af te leiden, betreft het opnames met een predikaat (jonkheer/jonkvrouw).

Inlijving

  • Von Bose, oorspronkelijk uit Saksen; 1903.
  • Von Steiger, Zwitserland, Bern; 1904; uitgestorven.
  • Von Winning, Brandenburg; 1907.
  • Just de la Paisière, Rousillon, 1725 verheven Frankrijk;
    1909, 1910.12)Meerdere K.B.’s betekent dat meerdere leden van een geslacht onafhankelijk van elkaar een verzoek tot opname in de Nederlandse adel hebben gedaan. Per K.B. kan aan één persoon of aan een aantal personen tegelijkertijd Nederlandse adeldom zijn verleend.
  • (Kreutzwendedich) Von dem Borne, Brandenburg; 1913.
  • Van Wolframsdorff, Saksen-Weimar; 1920; in het buitenland en
    staat op uitsterven.
  • Von Oberndorff, Palts aan den Rijn, 1575 erkend Palts, 1790 graaf H.R. Rijk; 1936; buitenland.
  • Von Scheibler, Neder-Hessen, 1781 verheven H.R. Rijk, 1870 Freiherr Pruisen; jonkheer 1962.
  • Von Martels, Neder-Munster, 1721 verheven H.R. Rijk; 1964.
  • Festetics de Tolna, Kroatië, 1625 verheven Hongarije, 1857 graaf H.R. Rijk; 1973.
  • Von Chrismar, Boven-Zwaben, 1745 verheven H.R. Rijk; 1975.
  • Jankovich (de Jeszenice), Hongarije, 1686 bevestigd Hongarije; 1976.
  • Wladimiroff, Rusland, op Russische adelslijsten van de 19de
    eeuw; 1978.
  • Von Hertzberg, Pommeren; 1980.
  • Zu Stolberg-Stolberg, Saksen en Harz, graaf, uit het huis Stolberg-Stolberg; 1980.
  • Von Maltzahn, Pommeren, 1875 bevestigd Freiherr Pruisen; baron 1981.
  • Van Bunge, Pommeren, 1748 verheven H.R. Rijk; 1982, 1983, 1995.
  • Versélewel de Witt Hamer, Gulik, 1601 verheven H.R. Rijk; 1982.
  • Filz von Reiterdank, Slovenië, 1879 verheven Oostenrijk; 1984.
  • Von Ghyczy, West-Slowakije; 1986.
  • Kenessey de Kenese, West-Hongarije, 1626 bevestigd Hongarije; 1991.
  • Von Ilsemann, Nedersaksen, 1908 verheven Pruisen; 1995.
  • Von Balluseck, Pruisen, 1812 verheven Rusland; 1995.
  • De Bourbon de Parme, prins, tak van de Spaanse dynastie; hertog, van het huis Parma; prins 1996.
  • De Lange, Holland, 1752 verheven Denemarken; 1996, 1997, 1998.13)Het geslacht De Lange kan (kon) mogelijk aanspraak maken op naamsvermeerdering tot De Lange van Bergen. Vanwege de bepalingen omtrent wijziging van een adellijke naam in de Wet op de adeldom (zie ook noot 5) lijkt het niet meer mogelijk de naam nu nog, dus na de inlijving, te wijzigen. De wet bepaalt dat bij adellijke namen wijziging van de naam nog alleen mogelijk is indien een voorouder in de periode tussen 1811 en 1838 reeds met de gevraagde dubbele naam geadministreerd werd. [REDACTIE].
  • Von Devivere, Vlaanderen, 1792 als ridder verheven in de Oostenrijkse Nederlanden; 1999.

Leden die tot geslachten behoren die reeds in de 19de eeuw in de Nederlandse adel waren opgenomen:

Rappard, ridder 1900, 1909, 1934, jonkheer 1984; Barchmann Wuytiers (betrof wijziging) 1901; Van der Feltz, baron 1901 (Van) Aldenburg Bentinck/Bentinck, graaf 1920, 1924; Wolff-Metternich, graaf 1925; Von Heyden 1920, 1925; Van der Brugghen 1980.

Verheffing14)Veel verheffingen betroffen afstammelingen van stadsbestuurders uit de tijd van de Republiek. De steden waar de voorouders in de magistratuur zaten zijn aangegeven. Bij de andere verheffingen zijn de functies van de begunstigde vermeld.

  • Dittlinger, sinds 1787 bevoegd het Zwitserse predikaat ‘von’ te voeren, 1900, uitgestorven. Van Naerssen, Dordrecht, 1900, uitgestorven.
  • Van Heurn, Den Bosch, 1900.
  • Feith, Elburg, Zwolle, 1901.
  • Van der Mieden, Alkmaar, 1902.
  • Den Beer Portugael, luitenant-generaal, minister van Oorlog, Staatsraad, 1903.
  • Ruyssenaers, secretaris-generaal Permanent Hof van Arbitrage, gevolmachtigd minister, 1904, uitgestorven.
  • Boogaert, Delft, 1905.
  • Eekhout, Kampen, Zwolle, 1905.
  • De Beyer, Nijmegen, 1906.
  • Graswinckel, Delft, 1908.
  • Greven, Zwolle, 1909.
  • Van Lidth de Jeude, Tiel, 1911.
  • Van der Muelen, Utrecht, 1913, uitgestorven.
  • De Vicq, Amsterdam, Hoorn, 1924.
  • Van Valkenburg, Haarlem, 1939.

Leden die tot geslachten behoren die reeds in de 19de eeuw in de Nederlandse adel waren opgenomen:

Wichers/van Buttingha Wichers, 1900, 1922 (vervallen), 1932, 1938; De Blocq van Scheltinga 1900; Van Suchtelen 1901, 1907, 1909, 1913; Stoop 1903, 1921, 1926, 1935; Van Benthem van den Bergh 1903; Van Lennep 1903, 1911, 1927, 1934; Gevers Leuven 1905, 1906; Van Bommel 1905, uitgestorven; Van Pabst van Bingerden, baron, bevordering in de vorm van een persoonlijke titel voor Jhr. Mr. R.W.J. van Pabst van Bingerden, commies van Staat, 1e kamerheer, 1906; Gockinga 1906; De Ranitz 1906, 1908, 1935; Op ten Noort 1907; Hooft Graafland 1909; Smits (van Oyen) 1909; Snouck Hurgronje 1911, 1912, 1921; Elias/Witsen Elias 1912, 1913, 1914, 1924, 1929, 1933; De R0y van Zuydewijn 1912, 1913; Van Ingen 1912, 1921; Rendorp 1914; Smissaert 1921 ; Quintus 1927; Van Rijckevorsel 1936; De Beaufort 1937.

Erkenning

  • Ploos van Amstel, 1922, 1926, 1950, 1954, 1978, 1985, 1988.
  • Van Lawick van Pabst, baron, 1990, 1991.
  • Van Coeverden, baron 1991, 1992; Van Coeverden voerde al het predikaat jonkheer, het betreft hier twee maal een erkenning van de titel.

Koninklijk Huis

Ingevolge een K.B. uit 1967 werden de zoons van H.K.H. prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven voor hun persoon verheven met de titel prins van Oranje-Nassau. De kroonprins en zijn beide broers dragen Van Oranje-Nassau en prins als een van hun namen en titels, maar zij kunnen dat als een ‘naamsovergang’ via hun moeder, H.M. koningin Beatrix, hebben verkregen en niet door de verheffing. ‘Prinses Van Oranje-Nassau’ was na koningin Wilhelmina al twee maal eerder via de vrouwelijke lijn overgegaan. Dit gebeurde niet onder verwijzing naar de bepaling uit de Grondwet ‘de koning verleent adeldom’ (art. 65, later art. 74).15)Zie voor deze Koninklijke Besluiten tot wijziging van de naam: Staatsblad 1908, 425; 1937, 5. De titulatuur en namen van Z.K.H. prins Claus en zijn ‘toekomende kinderen’ zijn in een en hetzelfde K.B. uit 1966 geregeld met een verwijzing naar art. 74 Gw. Het moet in het midden blijven op wie dit artikel precies betrekking heeft, maar in ieder geval is dat op Z.K.H. prins Claus. Hij is verheven tot prins der Nederlanden en ingelijfd als jonkheer Van Amsberg. Zijn schoonvader en weer diens schoonvader werden eveneens door verheffing prins der Nederlanden (zie tekst hiervoor, alsmede noot 5). De titels die zij van zichzelf hadden werden eenvoudigweg al bij hun naturalisatie vertaald en gingen op hun kinderen over. Het resultaat is vergelijkbaar met inlijving. Daarom zijn bij hen hieronder het jaar van de K.B.’s van de naturalisatie vermeld:

  • Van Mecklenburg, prins der Nederlanden, hertog -, uit het huis Mecklenburg—Schwerin; 1901 .
  • Van Lippe-Biesterfeld, prins der Nederlanden [1937], prins -, uit het huis Lippe; 1936.
  • Van Amsberg, prins der Nederlanden, jonkheer -, oorspronkelijk uit Pommeren, 1891 verlening van het recht om het predikaat (‘von’) te mogen blijven voeren, Mecklenburg-Schwerin; 1966.

Bijlage: Overzicht van 294 Nederlandse adellijke families,
woonachtig in Nederland.

 

Vergelijkbare artikelen

Voetnoten   [ + ]

1. Het is niet helemaal uit te sluiten dat een familie die zeer recent is uitgestorven hier toch is meegerekend. Maar het is ook mogelijk dat een telg van een Nederlandse adellijke familie die verder volledig in het buitenland is gevestigd onlangs weer in Nederland is komen wonen. Nadere aanvullingen en opmerkingen voor deze bijdrage zijn onder meer afkomstig van Mr. O. Schutte, secretaris van de Hoge Raad van Adel, waarvoor speciale dank.
2. Bijvoorbeeld (alleen bij de hoofdnaam genoemd): D’Ablaing, Van Bylandt, Von Daehne, Le Grelle, Hettema, Iddekinge, Van Keppel, May, Melville, Malert, De Norman, Van Oberndorf, Prins en Van Raders. De Heeckeren d ’Anthès woonde niet eens in Nederland. Martini is daarentegen nog op Nederland gericht.
3. Gedeeltelijk in het buitenland zijn onder meer (op hoofdnaam): Barnaart, De Beaufart, Van den Berch, Berg, Bowier, Van Brakell, Van Breugel, Van Otters, Dibbets, Van Eck, Van Eysinga, Falck, Van Geusau, Gevers, Goldman, Van Heeckeren, Van Heemstra, Van Heerdt, Van Hövell, De Jonge, Just, De Koek, Van Kretschmar, Van Lamsweerde, De Lannoy, Van Lawick, Van Lennep, Van Lidth, Van Limburg, Loudan, Mackay, Van der Maesen, De Marchant, De Mey, Van Miihlen, Nahuys, Van Nispen, Van Panhuys, Van Pelser, Van de Poll, Pampe, Quarles, Van Ranzow, Van Reede, Schorer, De van der Schueren, Van Schaylenburch, De Smet/1, Steengracht, De Stuers, Van Sytzama, Taets, Testa, Trip, Tulleken, Versluys, De Villeneuve, Van Vredenbilrch, Van Wassenaer, Van Weiler, Wittert en D’Yvoy. ln België onder meer: Van Aeflerden, Van Aerssen, Van Rijckevorsel, Smits, Van Voorst en Wuyliers.
4. Om te voorkomen dat Wollf Metternich als adellijke familie in Nederland zou verdwijnen, koos een afstammeling voor de naam van zijn moeder Wollf Metternich. Dit is thans officieel zijn achternaam. Daarmee is hem van overheidswege nog niet vergund de erfelijke titel van graaf te voeren. Betrokkene is daarom een procedure tegen de Staat begonnen die thans nog loopt.
5. Art. 65 Gw., later art. 74. Thans wordt verlening van adeldom geregeld in de Wet op de adeldom (Staatsblad 1994, 360). Als zaak van het Koninklijk Huis werd het
overbodig gevonden om voor de prins een adelsdiploma op te maken [Noot van de RED; Door het ontbreken van deze formaliteit stelde men vroeger wel dat er geen adeldom was verleend. De naam Van Lippe-Bíesterfeld van Vollenhoven voor mogelijke kleinkinderen Van H.H. prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven is overigens niet adellijk. Zie Staatsblad 1998, 310; 1997, 161, art. 5, lid 11; verg. Staatsblad 1997, 463, art. 3. Hier dient aangetekend te worden dat de vaststelling van de naam Van Lippe-Biesierfeld van Vollenhoven contrair is aan de bepaling uit de Wet op de adeldom dat een adellijke naam niet meer gewijzigd mag worden; Van Lippe-Biesterfeld is een adellijke naam. Het in noot 8 genoemde geval Van Nispen tot Sevenaer genaamd Raíjs de Beerenbrouck is een laat geval van naamswijziging op basis van overgangsrecht.]
6. Tot 1918 was Mecklenburg-Schwerin een soeverein groothertogdom (en Lippe een soeverein vorstendom). Zeker in die tijd schreef men titels met een hoofdletter, pas
de laatste tij d is dit veranderd. Tot 1918 was ‘Hertog van Mecklenburg’ zowel naam als titel.
7. Voor een juist begrip is het goed te weten wat de Wet op de adeldom in art. 2, lid 1_ thans zegt: verheffing in de adel bij K.B. kan uitsluitend plaatsvinden ten aanzien van leden van het Koninkliijuis. Daarbij is vooral te denken aan de verheiîing tot prins(es) der Nederlanden, prins(es) van Oranje-Nassau, voor de kroonprins Prins van Oranje etc. In de Memorie van toelichting op deze wet (1989-1990, 21485, nr. 3, p. 2) is te lezen: “sedert 1945 zijn er geen gevallen van verheffing voorgekomen, behalve ten aanzien van leden van het Koninklijk Huis”. De minister ging eraan voorbij dat er bij deze ‘verheffingen’ geen extra adelsdiploma‘s als bewijs waren opgemaakt (maar de betreffende K.B.‘s sluiten misverstanden uit). De verheffingen waar de minister op doelde zijn wel die met een persoonlijke titel voor de kinderen van prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven en die van prins Clans als prins der Nederlanden. Zie ook hieronder voor de inlijving van laatstgenoemde als jonkheer Van Amsberg. Als prins-gemaal wordt prins Claus overigens tot het huis Oranje-Nassau gerekend. Zie Staatsblad 1901, nr. 38, 61; 1908, nr. 425; 1936, nr. 2 (p. 589); 1937, nr. 1,2, 5 (p. 481); 1965, nr. 525, 526; 1966, nr. 70, 314; 1967, nr. 1. Zie voor de Wet op het lidmaatschap van het Koninklijk Huis: Staatsblad 1985, 578. Enkele toelichtende opmerkingen vindt met in: De Ned. Leeuw 84 (1967), kol. 28; 97 (1980), kol. 99—103. Voor een genealogie van de koninklijke familie bijvoorbeeld: Nederland’s Adelsboek 88 (1999), p. LVIII.
8. Door naamswijziging blijft de naam Ruijs de Beerenbrouck in een samenstelling behouden voor Jhr. Mr. C.C.C.M. van Nispen tot Sevenaer genaamd Ruijs de Beerenbrouck. K.B. 30 november 1999, nr. 99.005649. Verg. Staatsblad 1997, 463, art. 8. Zie ook noot 5.
9. Voor geslachten die in de periode 1900 tot 1989 zijn uitgestorven gaat men het best te rade bij: Nederlandse adel, besluiten (1989), p. 281—294.
10. Burmania van Humalda van Eysinga heeft nog stamhouders. Om praktische redenen noemen leden van de familie zich wel eens Van Humalda van Eysinga; voor Burmania wordt dan slechts B. geschreven. Bij geautomatiseerd verwerkte gegevens valt anders namelijk de stamnaam Van Eysinga vaak weg, omdat de naam in zijn geheel te lang is.
11. Inclusief het jaar 1900. Indien niet anders is vermeld of is af te leiden, betreft het opnames met een predikaat (jonkheer/jonkvrouw).
12. Meerdere K.B.’s betekent dat meerdere leden van een geslacht onafhankelijk van elkaar een verzoek tot opname in de Nederlandse adel hebben gedaan. Per K.B. kan aan één persoon of aan een aantal personen tegelijkertijd Nederlandse adeldom zijn verleend.
13. Het geslacht De Lange kan (kon) mogelijk aanspraak maken op naamsvermeerdering tot De Lange van Bergen. Vanwege de bepalingen omtrent wijziging van een adellijke naam in de Wet op de adeldom (zie ook noot 5) lijkt het niet meer mogelijk de naam nu nog, dus na de inlijving, te wijzigen. De wet bepaalt dat bij adellijke namen wijziging van de naam nog alleen mogelijk is indien een voorouder in de periode tussen 1811 en 1838 reeds met de gevraagde dubbele naam geadministreerd werd. [REDACTIE].
14. Veel verheffingen betroffen afstammelingen van stadsbestuurders uit de tijd van de Republiek. De steden waar de voorouders in de magistratuur zaten zijn aangegeven. Bij de andere verheffingen zijn de functies van de begunstigde vermeld.
15. Zie voor deze Koninklijke Besluiten tot wijziging van de naam: Staatsblad 1908, 425; 1937, 5.

Willekeurige artikelen